De Koeienzee bij Fort Ronduit

Fort Ronduit 1964
Fort Ronduit 1964

Zuiderzeestrand van Naarden.
Na de renovatie van de buitendijkse buitengracht en de enveloppe ( 1) langs de Admiraal Helfrich-weg komt er een wandelpad op de daar gelegen buitenwallen.
Wanneer dit gereed is komt er weer zicht op de voormalige Zuiderzee. Dit gedeelte is bij de oudere bewoners van Naarden beter bekend als de ‘Koeienzee’.

Deze naam is ontstaan bij de meentboeren. Zeer tot hun ongenoegen weigerde het erfgooierbestuur een prikkeldraadversperring tussen het Zuiderzee strand en het weiland aan te brengen. De boeren uit Naarden schreven zeer boze brieven naar het Gemeenlandshuis (2) waar hun voorzitter Luden zetelde. De boeren moesten nu tot hun verdriet de onnatuurlijke gedragingen van hun koeien aanzien. Normaal behoort een koe doorlopend te grazen en voortdurend slootwater te drinken. In dat geval is de melkgift het hoogst De eigenwijze koeien gedroegen zich in de zomer als de Naarder jeugd. Ze zochten verkoeling en gingen ‘pootjebaien’ in de ondiepe kuststrook Ook liepen ze voor Fort Ronduit langs naar het andere deel van de Naarder Meent. Dat betekende dat een boer tijdens melktijd zijn koeien niet kon vinden. Vooral in de herfst met donkere ochtenden.

Een koe kon zich ophouden aan de rand van de speeltuin Valkeveen of in het andere uiterste geval aan de rand van het huidige Naarderbos. Beide uitersten liggen minstens 3 km uit elkaar. Om de Koeienzee te bereiken was voor de Naarder jeugd een groot probleem. De huidige Adm. Helfrich-weg hoorde van het leger. Voor de oorlog stond de Zwarte Draaibrug meestal open, zodat de beurtschipper Karsemeijer (3) er met zijn boten door kon. Tijdens de Tweede Wereldoorlog mocht niemand van de Duitse Wehrmacht over het grintpad naar en langs Fort Ronduit en in april 1945 blies de Wehrmacht de brug op. (4) De enige mogelijk voor de jeugd was het pad over de Westdijk en de Meent. Dit pad was verboden voor onbevoegden. De meentbeambte, met de fraaie titel bulleboer, hield iedereen aan en stuurde die terug. Wie ongestoord het strand bij de Koeienzee bereikte was veilig, het strand was van Domeinen (de Nederlandse staat)

Mijn oudste herinneringen aan de Koeienzee gaan terug naar 1939. Samen met de rest van de Bewaarschool ging ik onder leiding van twee nonnen naar het strand. Zwemmen was er niet bij, wel ‘pootjebaien’ en kuilen graven. Ook zochten we naar schelpen, de minder mooie gingen naar de kippen van de nonnen. Een aantal jaren later ging ik, samen met mijn oudere broer, naar het strand. Mijn broer hield zich op in het water en drong er bij mij op aan ook het water in te gaan. Hij wist al wat de gevolgen voor mij waren. Zonnebrandolie was onbekend bij ons en terwijl ik een prachtig zandkasteel bouwde, werd ik vuurrood. De volgende dagen hingen de verbrande vellen op mijn rug. We droegen degelijke badpakken, die onze borst en een gedeelte van de rug bedekten. Er waren echter ook jongens die niet eens een zwembroek bij zich hadden. Misschien was het uit armoede of ze mochten van hun strenge Christelijke ouders niet op zondag zwemmen. Die jongens losten dat op, door hun ouderwetse onderboek (zonder J -sluiting) achterste voren aan te trekken. Zo gingen ze te water.Weer jaren later ging ik met vrienden ‘zwemmen’. Door de ondiepte was er ongeveer een kilometer uit de kust een mogelijkheid daartoe. Het mooiste uitzicht, vanaf de kust, vond ik altijd de horizon, het leek alsof Naarden aan een eindeloze zee was gelegen.

In 1932 was de Afsluitdijk gesloten, de voormalige Zuiderzee bestond eerst uit brak water en werd geleidelijk zoeter. Voor de kust van Fort Ronduit streken vaak wilde zwanen neer. Sommige stropers wisten ze te vangen, te onthalzen en vervolgens te verkopen als gans. Ook stropers met een jachtakte waren actief. Vanuit de kust planten ze twee lange rijen wilgentakken en maakten zo een overdekte gang naar hun jagerhut midden in het wat diepere gedeelte. Rond 1950 vervuilde de kust. Amsterdam loosde gewoon de riolering in het open water bij het Forteiland Pampus. Zodoende spoelde er steeds meer drab aan en ontstonden de eerste rieteilandjes. In de hal van het Stadhuis hangt een grote luchtfoto van de vesting uit 1950, hierop zijn deze eilandjes duidelijk zichtbaar. Een van deze eilandjes noemde ik (in 1951) Ilse, naar een 16-jarig Bussums meisje van de dansles.De vervuiling werd nog erger met de aanleg van de dijken van de Flevopolder. Bij het uitbaggeren van de veenlaag dreven grote veenklompen naar de kust. Er kwam voldoende vruchtbare grond op het schone witte zand terecht waardoor de vegetatie veranderde. De zeedistels verdwenen het eerst. Mijn vader pachtte de zogenaamde Overlaat (5) naast Fort Ronduit. Op deze overlaat zette hij een hooiberg neer, die door een onverlaat in brand werd gestoken. Daarna ging hij over op graskuilen Hij groef aldaar een groot rond gat en vulde dat in het voorjaar en de zomer. Daarna werden er graszoden opgelegd. In de winter moest hij steeds een vrachtje van dit sterk geurende kuilgras ophalen. De verlanding van de kust vond hij prima. Hij maaide het riet en er kwam gras voor in de plaats. Zijn kustweide werd steeds breder. Wel moest hij zijn prikkeldraadafzetting steeds in het rietveld verlengen, om de koeien niet te laten ontsnappen Hij gebruikte ongeschilde wilgenpalen, die na jaren
uitgroeiden tot hoge bomen. Jammer genoeg heeft de beheerder van het natuurreservaat ‘de Zanddijk’ deze bomen laten omhakken. Ik beschouwde deze bomen als een monument voor mijn vader, die daar vanaf zijn vroegste jeugd tot en met zijn 74 jaar hard heeft gewerkt.

In de jaren vijftig werd een begin gemaakt met de aanleg van het industrieterrein aan de Amsterdamse straatweg. Een zandzuiger worstelde zich vanaf het diepe gedeelte van het IJsselmeer naar de kust voor Fort Ronduit. Door het opspuiten van het industrieterrein ontstond voor het fort een zeer diep gat. De Naardense burgemeester Cramer dacht twee vliegen in een klap te slaan. Hij gaf een folder uit waarop de fortgracht in verbinding werd gebracht met het IJsselmeer De vaargeul door de ondiepte was nu ook aanwezig. Minister Suurhof haalde een streep door de rekening. In de Bussumsche Courant van 31 oktober staat een grote plattegrond met de titel “De toekomst van het noordelijk Gooi” . De ‘Weg om de Noord’ (de huidige A1) maakte een einde aan de Koeienzee. Ook de omgeving is ten onder gegaan aan lawaai en benzine stank. Het hele gebied met grazende koeien is opgeofferd aan razende heilige koeien. De eeuwenoude mooie kust verdween totaal. De dijk van de Flevopolder liet ook de eindeloze horizon verdwijnen

____________________

Noten:
1) Enveloppe: vestingterm voor de buitenwal, die tussen de binnen en de
buitengracht is gelegen.
2) Het Gemeenlandshuis te Hilversum was een prachtig gebouw. Hier zetelde het
bestuur van de Erfgooiers. Het gebouw en wijde omgeving (bezit van de
erfgooiers) moest plaats maken voor het Mediapark met de TV studio’s.
3) De beurtschipper voer wekelijks via de Muider en Naardertrekvaart en
Amsterdam naar Zaandam.
4) De Wehrmacht blies tevens 2 hefbruggen op in de Amersfoortse straatweg. Deze
bruggen gaven toegang naar de oude Rijksweg (Amersfoort- Amsterdam.)
5) De Overlaat diende om de zanderige zomerdijk te ontlasten. Bij stormvloed
stroomde het Zuiderzeewater over de overlaat het binnendijks gebied binnen. Het
water stond daarna aan weerzijde van de zomerdijk en overspoelde niet de kruin
van dit dijkje
__________________________________
Bronnen:
a) Het Paradijs F.J.J. de Gooijer. De Omroeper Sept. 1988 – jrg. 1, nr.. 1
b) Bussumsche Courant : Zaterdag 31 oktober 1964
c) De Naarder Zeehaven . F.J.J. de Gooijer
d) Gemeente Atlas Nederland. J. Kuyper 1865-1870
( http://www.atlas1868.nl )
e) Vestingvaart Naarden (met kaart)
http://vestingvaartnl
———————————————————–
f) Brief aan ‘Stad en Lande van Gooiland’ Gemeenlandshuis Hilversum
7 augustus 1933
Klachten over te weinig gras op de Naarder Meent
Bij dezen verzoekken wij beleefd aandacht te willen schenken aan de Naarder
Meent, want daar looppen de koeien te verrekken van de honger terwijl op het
voorste Haverland gras zat is. De koeien zijn zo ongurig dat ze door de zee heen
gaan en de oorzaak daarvan is dat de melk in tijd van een dag zeer gezakt is.
Als dat zoo door gaat hebben wij van onze 15 koeien zoo weinig melk dat Luden er
nog niet genoeg aan heeft, laat staan die wij ze verkoopen moeten. Anders moeten
de Heerren morgens hun brood maar op de Meent brengen. Wij verzoekken U beleefd
iemand te sturen om te kijken , maar niet een die loopt te slapen met een moter.
Afzenders : De boeren van Naarden.
———————————————————————————
g) Antwoord ’Stad en Lande van Gooiland’ aan de erfgooiers van Naarden.
14 Mei 1934
Sedert eeuwen heeft het vee onbelemmerd in zee kunnen waden, en zijn daarover
nooit ernstige klachten vernomen. Geen ‘vreding’ om de 2700 meter lange kustlijn van de Naardermeent.
Afzender : Secretaris ‘Stad en Lande van Gooiland‘
__________________________________________________________
F.J.J. de Gooijer