Pareltjes van de Gurande deel 1

Onontdekte plekjes en heerlijkheden van Presque’ile de Guérande en Bretagne Plein Sud

Parels genoeg in de Guérande, het noordelijke gedeelte van de Loire Atlantique en de ene parel is nog mooier of ja, zelfs lekkerder dan de andere. De Guérande blijkt een nog onontdekt juweel te zijn. Bijna onbegrijpelijk dat hier het nog niet overstelpt is met toerisme zoals dat toch vaak het geval is bij uitzonderlijke mooie stukjes Frankrijk. Het gebied Guérande, vernoemd naar het gelijknamige vestingstadje Guérande ligt ten noordwesten van Nantes en op zo’n 900 kilometer van Utrecht en dus makkelijk te rijden in een dag. Prima voor een lang weekend of nog beter; voor een langere, welverdiende vakantie. Genieten en ontstressen is gegarandeerd!

Dat Fransen chauvinisten zijn wisten we natuurlijk al lang, maar juist ook hun trots en liefde voor het product waar zij mee werken en van leven, is opmerkelijk. En of het nu de oesterkweker of de jongen die in vakantietijd toeristen door de moerassen van Marais Briéron voert, zij spreken allen met een ongelofelijke passie over hun werk. Vreemd genoeg voelen de inwoners zich hier in hart en nieren Bretons, een regio die zich enkele kilometer noordelijker bevindt.

Als men spreekt over de omgeving van Guérande, zullen velen meteen de naam La Baule noemen die haar bekendheid te danken heeft aan de betoverend mooie stranden die jaarlijks vele toeristen trekken uit binnen- en buitenland. Maar laten we beginnen met een kijkje te nemen bij de plek waar we onze smaakpapillen kunnen testen; de zoutpannen van de Guérande.

Iedere zelf respecterende chef-kok maakt zijn culinaire heerlijkheden op smaak met het fameuze zout ‘Fleur de Sel’ dat gewonnen wordt uit kunstmatig aangelegde bekkens. Zon, wind, de springvloed die het zoute water aanvoert en een ingenieus aangelegd bekken- en kanalenstelsel zorgen er voor dat de zoutpanarbeider (paludier) uiteindelijk het zout kan oogsten door middel van een lange stok met een platte spaan. Met deze zogeheten cimauge schraapt hij het zout voorzichtig naar het oeillet het middelpunt van de zoutpan. Bij Terre de Sel in Pradel wordt dit proces haarfijn uitgelegd en kan men nadien met een gids naar de zoutpannen wandelen waar je met een beetje mazzel de procedure live kunt te zien.

Slenteren door de steegjes, uitnodigende winkeltje en luisteren naar de straatmuzikanten in het gezellige vestingstadje Guérande. Daar krijg je gezonde trek van en die kun je uitstekend stillen met een overheerlijke, traditionele galette Bretonne die bijvoorbeeld rijkelijk gevuld is met verse zeevruchten. Als je op tijd bent en er is nog plek, bestel ze dan bij het gezellige hotelletje en crêperie Roc Maria.

Wat is er mooier dan om de dag te beginnen met een ritje noordwaarts, rustig rijdend over de weg die vlak langs de kustlijn loopt van La Turballe, Pirac-sur-Mernaar Mesquer. Helemaal in het noordelijkste puntje op een kleine pier in Merquel staat regelmatig de jeugd te vissen. Misschien zie je dan ook die twee gendarmes wel, die relaxed toekijken hoe de vissers het ene visje na het andere uit het water hengelen en in een emmer droppen. De kans is groot dat je op het aangrenzende piepkleine strandje die vriendelijke mevrouw tegenkomt, druk bezig haar vismaaltje schoon te maken. Iedere morgen werpt ze daar haar hengeltje uit. Ze maakt de vangst schoon, gaat er mee naar huis om kort daarna in badpak terug te keren met een kleine babybadthermometer in de hand. Al tientallen jaren meet zij de temperatuur op van het zeewater alvorens in het water te duiken voor de dagelijkse zwemrondjes samen met haat echtgenoot. Het houdt hen jong, zegt ze en dat geloven we haar op het woord.

Een paar kilometer verderop woont en werkt een zeer gepassioneerde oesterkweker. Jean Luc Retailleau uit Kercabellec (gemeente Mesquer) is samen met zijn echtgenote en zoon in 1998 een oesterkwekerij begonnen. Voordien werkte hij in loondienst bij een kwekerij. Met helemaal niets is hij zijn bedrijfje gestart en produceerden zij de eerste jaren ongeveer 10 ton oesters per jaar. Dit getal is inmiddels naar boven bijgesteld en is de opbrengst ongeveer 80-100 ton per jaar. Een goede opbrengst. ‘La Perle du Mes’ noemt Jean Luc zijn oesters trots en dit is tevens de naam voor de organisatie die hij samen met enkele collega’s uit Kercabellec is gestart om zo te zorgen voor een eersteklas kwaliteitsproduct. De oesterbanken bevinden zich in het riviertje Mes en deze staat in een open verbinding met de Atlantische Oceaan. Zoet en zout water komen samen waardoor een bijzondere samenstelling ontstaat. Door deze voedingsstoffen kleurt het riviertje kastanjebruin en dezelfde voedingstoffen zorgen ook weer voor de uitstekende kwaliteit en (nootachtige) zachte smaak van deze oester. Na een drie jaar worden de oesters geoogst en zijn ze volgens Jean Luc de parels van de Mes de lekkerste van Frankrijk. En natuurlijk geloven we hem ook!

Bekijk het fotoboek!

In de volgende aflevering: La Roche Bernard, Parc de Brière

Artikel links