Alle dagen vakantie

Sommige mensen dromen ervan. Alle dagen vakantie, niet meer hoeven te werken, wat zou dat fijn zijn. Wie met pensioen gaat of in de Wia of WAO zit heeft geen arbeidsverplichtingen meer. Dan dient zich de vraag aan: ‘baanloos dus zinloos? Hoe kun je de leegte van het bestaan nuttig invullen?’

De werkenden beseffen niet altijd hoe zeer werk en zingeving met elkaar verbonden zijn. Ophouden met werken betekent geconfronteerd worden met de vraag: ‘wat voor nut heb ik nog?’ Hobby’s beoefenen is heel plezierig, maar wie buiten jezelf heeft daar wat aan? Als je stopt met werken, leef je dan nog voor jezelf alleen?

Wie deze vragen op zichzelf afvuurt zal merken hoe pijnlijk ze zijn. Maar draai het eens om: Waarom moeten wij nuttig zijn? Waarom wordt zingeving gekoppeld aan activiteiten, iets doen? Wat zegt dat over onszelf en deze samenleving? Dat wie niks doet nutteloos is en zich daarvoor moet schamen? Hoezo?

Vaak betekent werken in een omgeving zitten waarin iedereen het altijd zo druk heeft. Er wordt heel veel gedaan, bergen werk verricht maar het lijkt of de tijd toch net te kort was. ‘Als ik iets meer tijd had gehad, zou ik er nog iets meer aandacht aan hebben besteed,’ luidt een veelgehoorde verontschuldiging.

Wie stopt met werken kan zich op van alles storten. Huisjes in Frankrijk opknappen. Al dan niet vrijwillige bestuursfuncties gaan vervullen voor stichtingen en verenigingen, op kleinkinderen passen, fietsen, wandelen en weekendjes en weekjes weg. Wie daartoe in staat is, mag zichzelf gerust bevoorrecht noemen.

Maar soms krijg je de vrije tijd ongevraagd in je schoot geworpen en is het heel wat minder duidelijk wat je ermee gaat doen. WAO’ers en mensen in de WIA zullen dit wellicht herkennen. Dit sociaal vangnet treedt in werking voor degenen die door hun beperkingen na twee jaar niet met succes kunnen reïntegreren in het werk. En dan?

Rust is vaak de eerste behoefte. Dan hebben we het niet over dagen of weken, maar over maanden, vele maanden. Lichamelijk en geestelijk afstand nemen. Zo langzaam aan daagt het besef over wat je verloren en wat je gewonnen hebt. Einde carrière, onvervulde ambities, voor je een zee van tijd en opgezadeld met beperkingen die de invulling ervan bemoeilijken.

Dwars tegen de geldende maatschappelijke opvattingen over ‘nuttig zijn’ en ‘bezig zijn’ in is het zo gek nog niet om de tijd te beschouwen als een bijzondere vorm van permanente vakantie. Genieten mag! Geen prestaties moeten leveren betekent er ook geen morele verplichtingen toe hebben.

Permanent vakantie hebben. Heeft dat zin? Draag je dan iets bij? Vervul je dan nog enig maatschappelijk nut? Deze vragen zijn typerend voor een prestatiegerichte samenleving. Betekent dit dat mensen die niet werken eigenlijk niet zouden mogen genieten omdat dit het “algemeen nut” niet dient? Zich schuldig moeten voelen omdat zij op maandagochtend, zittend in de achtertuin in de zon van een kopje koffie genieten, terwijl werkend Nederland (noodgedwongen) de nieuwe werkweek voorbereidt?

‘Druk druk druk.’ Is het geen verademing om zo af en toe eens iemand te horen zeggen: ‘ik heb tijd genoeg.’


Geschreven door Bas Meisters




































Leave a Comment