Een bijzonder middeleeuws sterfbed

We schijven 12 augustus 1012. De kersverse aartsbisschop Walthard van Magdeburg ligt op sterven. Om hem heen heeft zich een groepje getrouwen verzameld. Plotseling ziet Walthard iets aan zijn linkerhand waar hij hevig van schrikt. De getuigen zien niets, maar de bisschop toont zich zeer verontrust. Even later kalmeert hij en blaast zijn laatste adem uit.

Achter de korte beschrijving van dit sterfbed schuilt een wereld van religieus, cultureel, en politiek denken. Het fragment is afkomstig van de in het Latijn geschreven kroniek van bisschop Thietmar van Merseburg (975-1018). Het leent zich als brug naar het verzonken middeleeuws gedachtegoed.

Wat aartsbisschop Walthard zou hebben gezien wordt door de kroniekschrijver niet uit de doeken gedaan. Dat hij er zo van schrikt is de eerste hint. Dat de verschijning aan Walthards linkerhand plaatsvond, de tweede.

In het middeleeuws denken werd rechts met het goede en links met het kwade geassocieerd. De oorsprong hiervan ligt in de Bijbel, die Christus aan de rechterhand van de Vader plaatst. Het Latijnse woord voor links is

´sinistra´

, waar het Nederlands ´sinister´ van is afgeleid. De linkerkant kwam in het Christelijk denken in een kwalijke reuk te staan.

Wat aartsbisschop Walthard aan zijn linkerhand zag was dus niet pluis. Maar waarom vond Thietmar van Merseburg het relevant om dit zo suggestieve beeld te schetsen? Wie dat wil begrijpen moet iets meer van de historische context weten.

Thietmar werd in 1009 tot bisschop van Merseburg benoemd. Als derde zoon uit een adellijk geslacht een hele eer, maar voor Thietmar toch met een bittere bijsmaak. Een deel van zijn diocees werd namelijk bij het aartsbisdom van Magdeburg gevoegd. In zijn hele kroniek toont Thietmar zich daar voortdurend een tikkeltje bitter over.

Hij heeft onophoudelijk gestreden voor het herstel van de oorspronkelijke Merseburger grenzen, maar zonder succes. Het verkleind bisdom betekende voor Thietmar minder inkomsten, minder status en gekrenkte trots en rechtvaardigheidsgevoel.

Toen Walthard van Magdeburg in juni 1012 tot aartsbisschop van Magdeburg werd benoemd moet dat Thietmar nieuwe hoop hebben gegeven. Want was dit niet zijn oude leermeester, zijn dierbare vriend, de man voor wie hij zijn hele leven al zo veel respect had? Maar tot Tietmars teleurstelling vond tijdens de twee maanden van Walthards korte episcopaat geen grenscorrectie plaats.

Die boosaardige verschijning aan Walthards linkerhand is dus een vingerwijzing. Het is de middeleeuwse manier om te suggereren dat de stervende nog een onopgeloste gewetenskwestie had lopen. Maar uiteindelijk vindt ook het knagend geweten van Walthard rust en sterft hij in vrede.

Op twee vragen is helaas geen wetenschappelijk antwoord mogelijk. Is dit echt gebeurd? Geloofde Thietmar het zelf? Iedere historicus zou er geld voor geven om hier zekerheid over te verkrijgen, maar daarover zwijgt de kroniekschrijver als het graf. Direct noch indirect is er enige aanwijzing te vinden dat hij deze verhalen zelf zou hebben verzonnen of ze diep in zijn hart niet geloofde. Uit te sluiten valt het niet, maar wetenschappelijk bewijs hiervoor ontbreekt.


Geschreven door Bas Meisters
































Leave a Comment